Oud & Jong

Het was koud en ik ging wandelen. Dat doe ik graag. Eerder op de weg dan op de bestemming gericht liep ik een rusthuis voorbij. Het was opgetrokken uit het soort architectuur dat populair moet geweest zijn in het Duitsland van het interbellum.

Het grote raam op het gelijkvloers trok de aandacht. De eetzaal was leeg op een oude vrouw na. Ze zat ineengezakt in een rolstoel, een grote slab met nog wat etensresten aan om haar hals. Ze sliep. En kwijlde. Koning Boudewijn keek haar enigszins uitdrukkingsloos aan vanuit zijn gouden lijst. Het was eng om te zien. Iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn. Ik wendde m’n hoofd af. Zoals ik nog wel eens doe dacht ik aan m’n zoon. Hij kon ook zo zitten. Vuile slab. Slapend. Kwijlend. Dat was vertederend om zien.

Waarom schrikt dat andere, in essentie identieke beeld dan af? Het zit in je hoofd. Ik keek nog eens, besloot het mooi te vinden en ging verder.

PS M’n tekening is gebaseerd op de bekende kantelfiguur My Wife and My Mother-in-Law die cartoonist W.E. Hill in 1915 maakte voor Puck Magazine. Er is alleen een subtiel verschil.